CODA

woensdag 16 december 2009

Coach

Hallo Bloggers,
Omdat ik met diverse grote klussen zit voor o.a. de Brede Scholen van Apeldoorn, lukt het mij niet een goede invulling aan het coachen te geven. Ook mijn bijdrage aan deze blog laat te wensen over. Na overleg met onze teamhoofden hebben we er voor gekozen dat Ineke de Vries mijn taken in de CODA Dingen overneemt.
Rest mij jullie veel succes te wensen in de voortgang met de Dingen en vervolgens fijne feestdagen en een mediawijs 2010!
groet,
Rianne Ramakers

dinsdag 24 november 2009

DING 8 Wiki's

Een wiki is een website waaraan meerdere gebruikers tegelijkertijd kunnen werken. Ze kunnen content toevoegen, bewerken of verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Inmiddels is door een aantal partijen vrij verkrijgbare wiki software ontwikkeld. Dankzij de beschikbaarheid hiervan is de populariteit van deze tool sterk gestegen, en worden wiki’s op allerlei manieren ingezet.


Wat maakt het gebruik van een wiki zo aantrekkelijk?
  • Iedereen (afhankelijk van de wiki geregistreerd of ongeregistreerd) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
  • De wiki software houdt automatisch het versiebeheer bij. Je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
  • Oude versies van een pagina of document kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
  • Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om content toe te voegen. Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.
Het idee van samenwerken via een wiki sprak minister Plasterk van Onderwijs zo aan dat hij heeft besloten dat leraren hun lesboeken voortaan ook op een wiki-achtige manier moeten maken. WikiWijs noemde hij het project dat binnenkort officieel van start gaat. Wiki’s worden al veel in het hoger onderwijs gebruikt. De Technische Universiteit Delft bijvoorbeeld gebruikt veel wiki’s voor onderwijs- en onderzoekprojecten.

Bijna alle grote bedrijven werken met een wiki op hun intranet, om kennisuitwisseling tussen medewerkers te bevorderen. Ook archieven kunnen een wiki toepassen voor projecten of het gezamenlijk opstellen van handleidingen. Bekende besloten wiki’s zijn die van IBM en Shell. Beide bedrijven hebben verschillende vestigingen over de hele wereld. De wiki fungeert als centrale bewaarplaats van de kennis van medewerkers op verschillende lokaties en als plek waarop mensen kunnen samenwerken aan projecten en innovaties.

Dankzij de groeiende populariteit van wiki’s is het aantal archieven dat ermee is gaan werken aan het toenemen. In Nederland gebeurt dit helaas nog niet op zo’n grote schaal als in de Verenigde Staten en Engeland, maar er zijn veel enkele voorbeelden om eens te bekijken. Wiki’s worden door archieven vooral gebruikt als kleine projectwebsites, vrijwilligerscoördinatie, archiefgidsen, organisatie van conferenties of cursussen.





Naast Wikipedia bestaan er nog talloze andere wiki’s. Een openbare wiki is bijvoorbeeld Recipes Wiki, waar bijna 50.000 recepten te vinden zijn. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid heeft een wiki over de Nederlandse televisiegeschiedenis. Iedereen mag bijdragen aan de Beeldengeluid-wiki. Ook over de bereden politie bestaat een wiki waaraan iedereen mag meeschrijven. Meer voorbeelden van Nederlandstalige wiki’s zijn: Harry Potter-wiki, WikiWoordenboek, Elfsteden-wiki en de CataWiki.Tot slot nog de Engelstalige Ice Hockey Wiki.


Achtergrondinformatie


Opdrachten

1. Bekijk eens enkele archiefwiki's
  • Archiefwiki initiatief van Nederlandse en Vlaamse archivarissen met als doel het digitaliseren van archivistische naslagwerken tot open content voor archivarissen en archiefgebruikers
  • Geboren in 1809 projektwiki van het Regionaal Archief Tilburg
  • SAA Wiki voorbeeld van een congreswiki van de Amerikaanse vereniging van archivarissen
  • Sint-Anna ter Muiden wiki met veel informatie, foto’s en een googlemaps mashup
  • Postal Heritage Wiki  wiki van het Britse postmuseum en -archief
2. Bekijk ook enkele bibliotheekwiki's
 
3. Wil je eens een kijkje nemen in een andere wiki? Er is een 23 Dingen wiki ingericht op Wetpaint. Geen login, gewoon beginnen. En wil je zelf een wiki beginnen, er zijn aanbieders genoeg:

4. Schrijf een blogpost over je bevindingen. Wat vind je interessant aan een wiki? Welke mogelijkheden zie je voor CODA?




vrijdag 20 november 2009

Ding 7 Sociale netwerken

Al sinds het begin van internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo onstonden de eerste bulletin boards voor computeraars, gevolgd door nieuwsgroepen en forums. Mensen hebben duidelijk een behoefte om op internet gelijkgestemden te ontmoeten die dezelfde vragen en problemen hebben. Er zijn bijvoorbeeld nieuwsgroepen over zeldzame ziekten en forums over wetenschap en religie.


Medio jaren negentig kwamen de profielensites erbij. Bij profielensites draait het niet om een gezamenlijk onderwerp maar om de persoon zelf. Orkut en Friendster waren een van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plek krijgt waarin je kan vertellen wie je bent, wat je doet en waar je in geïnteresseerd bent. Daarna kun je mensen uitnodigen om ook lid te worden van de site en vriend van je te worden.
Online vrienden bekijken elkaars profiel en delen foto's, bestanden en muziek met elkaar.
Hoe meer vrienden je hebt, hoe meer je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen.

Profielensites, communities en vriendensites worden verzameld onder de naam 'social networks'.
Hyves, MySpace en Facebook richten zich vooral op de persoonlijke markt. Zakelijke netwerken zoals LinkedIn zijn sterk in opkomst. Professionals kunnen op deze manier vrienden van elkaar worden.
Ben je op zoek naar iemand? Zoek eens via de website wieowie of hij of zij aangesloten is op sociale netwerken.




Wie kent Schoolbank.nl niet? Via dit sociale netwerk kun je je klasgenoten van vroeger terugvinden.
Watleesjij.nu is de grootste boekencommunity van Nederland. Hier ontmoet je andere lezers en kun je zien wat zij lezen. Kijk ook eens op de online boekencommunities Dizzie en LibraryThing.

Achtergrondinformatie

Social networking in plain English (filmpje in het Nederlands)
Tien trends voor sociale netwerken in 2008 / Lode Broekman op MarketingFacts.nl
De rubriek Social networks op MarketingFacts.nl
Sociale netwerksites groeien door crisis / Adformatie, 27-7-2009

Opdrachten
  1. Word lid van een profielensite naar keuze (Hyves, Friendster, Facebook, MySpace) en richt je profiel in. Snuffel wat rond en maak vrienden!
  2. Catlogiseer je boekenkast met LibraryThing. Zoek wat titels op en voeg ze toe aan je virtuele boekenkast. Lees de recensies van anderen die het boek ook gelezen hebben en kijk naar hun leessuggesties. Probeer je boekenkast in LibraryThing te laten zien op je weblog.
  3. Word lid van een zakelijke community in je vakgebied (bibliotheekning of Archief 2.0 ). Welke mogelijkheden zie je voor CODA?
  4. Zoek je oud-klasgenoten op via Schoolbank.
  5. Schrijf een stukje op je weblog over je ervaringen met sociale netwerken.

woensdag 18 november 2009

Gewijzigde planning

Na de evaluatiebijeenkomst van vanochtend hebben we besloten om de einddatum van de cursus CODA DINGEN wat op te schorten. Het gezucht en gesteun over tijdgebrek kunnen we als coaches natuurlijk niet over onze kant laten gaan :-)



















In het voortgangsdocument kun je de bijgestelde planning vinden (start je gmail op en ga naar documenten, voortgangsdocument). Onder elk CODA DING staat de week waarin je het DING afgerond dient te hebben. 






Nog een tip: kijk regelmatig op de weblogs van je medecursisten en deel eens een compliment uit! Leer vooral van elkaar en vraag elkaar om tips en hulp. Kom je er echt niet uit, vraag je coach. Schroom niet om je (groep 3) vragen te stellen.......................

Succes allemaal!!!

maandag 9 november 2009

DING 6 Social bookmarking en Delicious













Het delen van favorieten of bladwijzers wordt social bookmarking genoemd. Het wemelt op internet van de interessante en nuttige sites, artikelen, blogberichten, filmpjes en handleidingen die je later ook nog wilt kunnen terugvinden. Er bestaan verschillende sites waar je verwijzingen naar die webpagina’s kunt opslaan. Natuurlijk kun je ook in je browser een lijstje met favoriete sites maken, maar als je ze opslaat op een speciale sites zoals Delicious of Diigo staan ze op een centrale plek op internet.
Dat heeft het voordeel dat je ook bij je favorieten kunt als je op een andere pc werkt. Je kunt je bewaarde sites bovendien delen met collega’s, vrienden of onbekenden. Dat delen is het sociale aspect van social bookmarking.
Een ander voordeel van social bookmarking-sites is dat je tags kunt toevoegen aan opgeslagen webpagina’s. Misschien heb je al tags toegevoegd aan je blogposts of aan foto's in Flickr.
Taggen is het toekennen van trefwoorden of labels aan content (artikelen, foto’s, films, muziek, bookmarks). Tags maken content beter vindbaar omdat ze worden toegekend door ‘gewone gebruikers’. Die gebruiken namelijk andere zoektermen dan professionals. Je kunt veel hebben aan de tags van anderen. Op social bookmarksites krijg je vaak betere zoekresultaten dan bij een algemene zoekmachine als Google. De meeste web 2.0-sites maken gebruik van tagging. Op weblogs zie je vaak een tagcloud (trefwoordenwolk) die toont welke onderwerpen het meest populair zijn. Google is ook gevoelig voor tags, zo wordt het effect van vindbaarheidsverbetering door tags nog versterkt.



Ook steeds meer culturele organisaties zetten tagging in om hun materiaal beter te ontsluiten en terugvindbaar te maken. Vaak gebruiken ze een spelvorm om gebruikers te verleiden om tags toe te voegen. Zo heeft het Brooklyn Museum in New York het spel Tag You're it ontwikkeld. Iedereen mag meedoen om de catalogus te voorzien van tags. Gebruikers die trefwoorden toevoegen worden beloond met leuke filmpjes en maken deel uit van een competitie. Je ziet telkens een ‘tag-o-meter’ die aangeeft hoeveel tags je nog moet toevoegen om de volgende deelnemer in te halen.
Samen taggen wordt ook wel social tagging genoemd. Er is een Nederlandse site die inspeelt op de behoefte van mensen om iets bij te dragen aan een groter geheel. Op de site ikweetwatditis.nl roepen erfgoedinstellingen bezoekers op om tags toe te kennen aan onbekende objecten in hun collectie. De site is een initiatief van het Universiteitsmuseum Utrecht, Museon, Naturalis, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Telematica Instituut en de Hogeschool Utrecht.

Social bookmarking wordt ook als kennismanagementinstrument binnen organisaties en bedrijven gebruikt. Alle opgeslagen sites van alle medewerkers vormen een handig informatiearchief. Je kunt binnen een instelling ook afspraken maken over de tags die je gebruikt. Dat vergemakkelijkt het opzoeken en vinden van informatie.

Achtergrondinformatie


Opdrachten

  1. Meld je aan bij  Delicious en maak een gratis account aan.
  2. Voeg enkele sites, artikelen, video’s en foto’s toe en voorzie ze van tags. Gebruik in ieder geval de tag codadingen zodat alle cursisten elkaars bladwijzers kunnen bekijken. Ontdek de voordelen van Tag Bundles.
  3. Zoek in Delicious naar informatie op je vakgebied.
  4. Herhaal de zoekactie in Google en vergelijk de resultaten.
  5. Schrijf een blogbericht over Delicious. Vermeld hoe je te vinden bent zodat de medecursisten je kunnen vinden. Zie je mogelijkheden voor jezelf of voor CODA?  Waarvoor zou CODA gebruik kunnen maken van social bookmarking websites?
  6. Neem je Delicious tagcloud op in je weblog.
  7. Als je nog tijd en energie over hebt, kijk dan eens op andere social bookmarking sites als DiigoStumbleUpOn of de Nederlandse TagMos.

zondag 1 november 2009

DING 5 Microbloggen met Twitter

Een van de meestbesproken Web 2.0 toepassingen van het moment is Twitter. Politici, auteurs, topsporters en bekende Nederlanders zijn fervente twitteraars. Ook bedrijven en organisaties zien het steeds vaker als een nieuwe vorm van communiceren. Kijk eens op Apeldoorn Online. Zelfs enkele historische figuren zijn op Twitter te vinden. Volg Charles Darwin op zijn reis met de Beagle, of Aletta Jacobs die je mee terug in de tijd neemt!
Neem eens een kijkje bij twitterende musea: Van Gogh Museum, het Stedelijk Amsterdam, Boijmans van Beuningen, en de Kunsthal. Ook bibliotheken zijn al druk met het plaatsen van tweets. Snuffel eens bij Enschede, Zeeuwse bibliotheek, Den Haag en het tijdschrift DigBib. En doe eens inspiratie op bij deze twitterende archieven: Nationaal Archief, Gelders Archief en het Archief Eemland.

Twitter is een eenvoudige 2.0 toepassing waarmee je in 140 tekens een berichtje (tweet) publiceert op het internet. Twitteren houdt het midden tussen Instant Messaging (chatten), SMS en bloggen en wordt dus ook wel microbloggen genoemd. Een twitteraar deelt zijn of haar persoonlijke ‘informatiestroom’, maar bepaalt zelf met wie: de hele wereld, of slechts één of enkele contacten. Je kunt je ‘abonneren’ op andermans tweets en anderen kunnen zich, als jij dat wilt, ook abonneren op jouw berichten. In Twitterjargon ben je dan iemands follower. Je krijgt vanaf dat moment alle berichten van die persoon te zien op je eigen Twitterpagina. Dankzij de functie Reply, waarmee je kunt reageren op iemands tweet, kunnen vervolgens korte conversaties ontstaan die lijken op chat, maar toch weer net iets anders zijn. Bijvoorbeeld omdat ook die reacties te zien zijn door je followers.
Een groot deel van het succes van Twitter is te danken aan de mogelijkheid om het te gebruiken vanaf de mobiele telefoon. Maar ook de Twitter website zelf wordt veel gebruikt, evenals Twitter clients als TweetDeck en Twhirl. Dit zijn programma’s die je op je computer installeert om zelf tweets te plaatsen en tweets van anderen te structureren en te lezen. Wanneer je het fenomeen liever vanaf een afstandje wilt aanschouwen, dan kun je uitgebreid zoeken in Twitter’s eigen zoekmachine, de eerste zoekmachine die zich richt op het  internet. Toen op Schiphol een vliegtuig neerstortte was dat nieuws wereldwijd meteen bekend via Twitter. Mensen die het zagen gebeuren stuurden daarover tweets en foto’s naar hun contacten, die vervolgens die berichten vaak weer via hun eigen netwerk verder verspreidden. Zo gebeurde dat ook met het drama tijdens Koninginnedag in Apeldoorn.

Achtergrondinformatie



Lees deze informatie voordat je gaat twitteren!

Hoe gebruik je Twitter: Do's and Don'ts / Melvin M. Tercan
100 ways to use Twitter in your library
Waarom twitteren zij? / Marie José Klaver
Twitter brengt bibliotheken dichterbij / Alice de Jong

Opdrachten

1. Maak je account op de Twitter aanmeldpagina.
2. Vul je Twitter profiel in, geef daarbij alleen die informatie over jezelf prijs waarvan je zeker weet dat je het met de hele wereld wil delen.
3. Wanneer je bent ingelogd, zie je een tekstvak verschijnen met plaats voor 140 tekens: typ daarin wat je nu aan het doen bent of te melden hebt. Nadat je je bericht hebt verzonden is het direct leesbaar voor de mensen die jou volgen: Je ’status’ staat nu immers online op http://www.twitter.com/jouwgebruikersnaam. Je kunt je status zo vaak updaten als je zelf wil.
4. Ga vervolgens op zoek naar personen en bedrijven of organisaties die jij wilt volgen via Find people. Zoek een paar van je medecursisten op. Op de pagina van de betreffende twitteraar vind je de ‘Follow’ knop. Als de ander zijn tweets heeft afgeschermd, dan moet je eerst toestemming krijgen.
5. Iemand die jij gaat volgen is mogelijk ook in jou geïnteresseerd en zal zich gaan abonneren op jouw berichten. Wil je niet dat een bepaalde persoon jou volgt, dan kan je die gewoon blocken.
6. Probeer Twitter te integreren op je weblog.

Bij het schrijven en lezen van tweets kom je enkele symbolen tegen die de volgende betekenis hebben:
  • D gebruikersnaam + bericht : Direct Message, een bericht direct gericht aan één persoon. Dit bericht is dus niet leesbaar voor iedereen, ook niet voor je followers!
  • @gebruikersnaam + bericht : Reply, een bericht bedoeld voor één persoon, maar leesbaar voor iedereen.
  • RT : een ReTweet is een eerder geplaatste tweet die is doorgestuurd. Hier treedt het sneeuwbaleffect in werking, omdat hiermee een bericht buiten een kringetje van volgers kan raken.
  • # : een hashtag wordt door twitteraars gebruikt om berichten rondom een bepaald onderwerp of evenement dezelfde tag mee te geven.

    Je kunt ook foto's of plaatjes toevoegen aan je tweets. Dit kan bijvoorbeeld met TwitPic. Je kunt hier gebruik maken van hetzelfde account dat je bij Twitter hebt.

woensdag 21 oktober 2009

Ding 4 Flickr verder ontdekken en online foto's bewerken

Zoals veel Web 2.0 sites moedigt Flickr mensen aan om hun eigen toepassingen te bouwen rondom de foto’s op de site. Via API’s (Application Programming Interface) hebben enthousiastelingen zogenaamde third party toepassingen en mashups gemaakt. Een mashup is een toepassing waarbij gegevens van de ene site gebruikt worden in een andere. Hier enkele voorbeelden:





  • Google Maps niet met Flickr foto’s, wel leuk als mashup. Zoek op een adres en je ziet enkele foto’s die er zijn genomen. Klik vervolgens op ‘meer foto’s, video’s en kaarten van gebruiker’.


















Een van de grappigste toepassingen van FD’s Flickr Toys is de Trading Card Maker. Gebruik een foto uit je Flickr verzameling of op je computer en maak er een kaart van.

Opdracht:
1. Ontdek en oefen wat met een van de hierboven genoemde Flickr mashups en third party toepassingen.
2. Schrijf er een bericht over op je weblog

Wil je er nog meer bekijken? Kijk eens rond op Flickr Bits and Pieces / webapps en The Great Flickr Tools Collection.

Online foto's bewerken
Image generators … dat klinkt heel ingewikkeld, maar is het niet. Met een image generator kun je op een zeer eenvoudige manier foto’s manipuleren en bewerken om ze bijvoorbeeld op je weblog te plaatsen. Je hebt geen duur fotobewerkingsprogramma meer nodig om toch mooie creaties te maken.
Het gaat erom dat je ontdekt wat de kracht is van social software. En om je creativiteit te (her)ontdekken!
Waar kun je online image generators vinden? Hier heb je er een paar:
 Nog drie handige toepassingen:
  • Picnik een eenvoudige manier om afbeeldingen bij te snijden of te verkleinen om geschikt te maken voor je blog. Een account maken is gratis.
  • Adobe Photoshop Express Kies Join - get started en maak een account aan.
  • Fotoaanpassen een fotobewerker in het Nederlands. Niks aanmelden, niks inloggen. Gewoon bewerken en als je klaar bent rechtsklikken op de foto om hem op te slaan op je harde schijf.
Opdrachten:
1. Zoek hieronder een image generator uit waar je kunt manipuleren met plaatjes en woorden en schrijf erover op je weblog.
2. Toon het resultaat van je bewerkingen op je weblog. Het plaatsen van een afbeelding gaat soms via het plaatsen van een HTML code in je artikel, soms via het “afbeelding invoegen” pictogram in de werkbalk van je weblog. En soms is het eenvoudiger door met de rechtermuisknop op het plaatje te klikken en het op te slaan op je computer. Vraag desnoods assistentie, of kijk op de weblog van een collega om te zien hoe die het heeft opgelost.

vrijdag 9 oktober 2009

DING 3 Online foto's



Websites die de mogelijkheid bieden om foto’s op te slaan bestaan al sinds de jaren negentig. Een website die het begrip “sharing” (delen) een flinke boost heeft gegeven en uitgroeide tot een levendige community, is Flickr. Om foto’s te beschrijven en terug te vinden, maakt Flickr gebruik van “tags”, of wat bibliothecarissen “trefwoorden” noemen.
Ga zelfstandig ontdekken wat deze site allemaal te bieden heeft. Leer hoe “tags” werken, wat “sets” en “groups” zijn, welke zoekmogelijkheden er allemaal zijn en wat mensen en organisaties met Flickr doen.


Achtergrondinformatie

Flickr op Wikipedia
Newbie's guide to Flickr
How to make Flickr work for your library: 50+ resources / Jessica Merritt

Bekijk het volgende filmpje





Opdrachten

1. Maak een gratis account aan bij Flickr en start je ontdekkingstocht. Snuffel wat rond en zoek een foto waar je een blogbericht over wilt schrijven. Zoek de URL van de foto op en zet die zo in het bericht dat de foto in het artikel wordt getoond. Kom je er niet uit? Vraag een collega om hulp of stel je vraag hieronder, bij de reacties. Wil je het netjes doen, neem dan even contact op met de maker van de foto en vraag om toestemming. Vermeld in elk geval een duidelijke bronvermelding.

Blogger heeft ook een korte uitleg over het plaatsen van afbeeldingen.

2. Kun je bibliotheken, archieven en musea vinden op Flickr? Zoek eens naar foto's uit de collectie van het Keramiekmuseum Princessehof.


3. Maak met je digitale camera wat opnames in of rond CODA. Upload de foto’s naar Flickr en voeg er tags aan toe. Als je de tag "CODA" aan je foto’s toevoegt, zijn de foto’s van alle CODA DINGEN cursisten eenvoudig te vinden.

Je hebt vast ook bij anderen gezien dat je “sets” kunt maken en zo foto’s kunt groeperen. Maak een set waarin je je CODA-foto’s plaatst. Vervolgens schrijf je een blogpost, waarin je een foto opneemt en misschien kun je ook een verwijzing maken naar de door jou gemaakte fotoset.

4. Kijk eens op de Nederlandse foto-hostingsites
zoom.nl
mijnalbum.nl en
Picasa
Schrijf in je blogpost naar welke site je voorkeur uitgaat en welke mogelijkheden je ziet voor CODA.


LET OP: als er duidelijk herkenbare personen op de foto staan, vraag dan altijd eerst om toestemming voordat je de foto op een openbare site publiceert. Upload ook alleen foto’s die je zelf hebt gemaakt (tenzij je het in opdracht van de fotograaf doet) en vermeld altijd de bron als je de foto van een ander gebruikt in een blogbericht op je weblog.

woensdag 7 oktober 2009

Blogger tips

9 tips voor fervente Blogger bloggers

Tip 1: sla de URL van je blog op als favoriet

Tip 2: Je blogposts worden een stuk meer waard als je ze voorziet van hyperlinks. Hoe doe je dat? Als je je blogpost aan het schrijven bent dan selecteer je de tekst die je in een hyperlink wilt veranderen, klikt vervolgens op het wereldbolletje met de paperclip en voegt de URL in waarnaar je door wilt klikken. Op dat moment verschijnt er klikbare tekst.

Tip 3: Fotootjes in je blogposts zijn leuk! Klik tijdens het schrijven van je post op het ikoontje dat een klein fotootje van een mooi landschap moet voorstellen. Je krijgt dan de keuze of je een afbeelding vanaf je computer wilt toevoegen (gewoon bladeren naar de plek waar de foto staat) of dat je een afbeelding vanaf het web wilt toevoegen via een URL. Als je dat via URL wilt doen moet er .jpg of .bmp of .gif in de URL staan.

Je kunt vervolgens nog de plek bepalen waar de foto moet komen te staan en de gewenste grootte van de foto bepalen. Als je een grote foto wilt plaatsen, kies dan voor ‘centrum’ als layout. Als je links of rechts kiest komt er naast de foto nog tekst te staan, maar dat pakt niet altijd zo goed uit.

Tip 4: Voeg pagina-elementen toe, te vinden binnen het tabblad ‘indeling’, ‘pagina-elementen’. Als je klikt op ‘een pagina-element toevoegen’ krijg je een menu waaruit je kunt kiezen. Als je bijvoorbeeld een embed code van een andere website te pakken hebt, dan kun je die toevoegen door te klikken op de knop ‘HTML/Javascript’ en daar de code in te plakken. Vervolgens kies je voor ‘wijzigingen opslaan’. Als je bijvoorbeeld kiest voor de knop ‘afbeelding toevoegen’ kun je direct een foto vanaf je computer uploaden. Die komt dan mooi aan de zijkant van je weblog te staan. Dat wordt ook wel de ’sidebar’ genoemd.Probeer gewoon eens wat uit. Als een wijziging je niet bevalt kun je die later altijd, ook onder het tabblad ‘pagina-elementen’, verwijderen door op ‘bewerken’ van het bewuste element te klikken en vervolgens op de knop ‘verwijderen’.

Tip 5: Reacties zijn leuk! Maak het je lezers daarom zo gemakkelijk mogelijk om te reagere. Via Instellingen, reacties kun je dan “iedereen” kiezen. Zoals je waarschijnlijk al is opgevallen moet je vóórdat je een reactie post bij een Blogger blog vaak een code intypen. Dat heet een CAPTCHA (woordverificatie. Het is een manier om ervoor te zorgen dat het échte mensen zijn die een reactie bij jou achterlaten en geen computers.

Tip 6: Als je een bericht aan het typen bent en je loopt tegen je writers block aan dan wil je wel eens even wat anders doen. Blogger bewaart in principe automatisch een concept van wat je aan het doen bent. Naast het knopje “Nu opslaan” zie je dan staan: “Conceptbericht opgelsagen om ..”. Je kunt dan gewoon uitloggen, iets anders gaan doen en later weer verder gaan met je post via het tabblad ‘berichten verzenden’, ‘berichten bewerken’. Daar zie je alle bewaarde blogposts.

Tip 7: Wil je niet alleen schrijven, maar ook gelezen worden? Bedenk dan dat het een ongeschreven wet is op het web dat je iets terugdoet. Voor wat hoort wat. Reageer op andere posts zodat ze weten dat je bestaat en verwijs eens een keer naar iemand’s weblog door middel van een link in een post. Of nog beter: neem dat adres permanent op in een zogeheten ‘blogroll’ (lijst met blogs). Volg daartoe opnieuw de stappen van tip 5 maar kies er nu voor om het pagina-element ‘lijst met links’ toe te voegen. Daar kun je er zoveel in kwijt als je maar wilt. Als je eerst de naam van de link intypt (en dus niet de URL) en vervolgens op het wereldbolletje met de paperclip klikt, kun je de bijbehorende URL eraan toevoegen. Dan verschijnt er in je blogroll een klikbaar woord. Je kunt dit steeds herhalen met nieuwe links door te klikken op “Item toevoegen”

Tip 8: Neem eens een kijkje op de volgende help sites:

Blogger Help
De Blogger help group
Blogger tips and tricks blog
QueryCAT, een zoekmachine om FAQ’s (veelgestelde vragen van websites) mee te doorzoeken

Tip 9: Om een realistisch beeld te geven van de tijden waarop je blogt (alweer om half drie s’nacht aan het schrijven?) een laatste tip:

1. Ga naar Aanpassen.
2. Ga dan naar Instellingen en vervolgens naar Opmaak
3. Je krijgt een overzicht van verschillende dingen
4. Ga naar Tijdzone en klik op het vinkje rechts
5. Zoek Amsterdam op en klik deze aan
6. Naar beneden scrollen en op INSTELLINGEN OPSLAAN klikken

Heb je zelf nog meer tips? Laat ze horen via je weblog!

vrijdag 2 oktober 2009

Ding 2 RSS en Netvibes




Al ooit gehoord van RSS? Zijn je die kleine oranje icoontjes op websites je nooit opgevallen? Als je beide vragen met ‘Nee’ beantwoordt is dat niet erg, want het blijkt dat RSS nog maar bij een klein deel van de internetters bekend is. En dat is jammer, want RSS maakt het voor jou als nieuwsgierige mens een stuk eenvoudiger om up to date te blijven op je vakgebied.

RSS staat voor “Really Simple Syndication”. Als een website is voorzien van RSS, dan zal je doorgaans een van de symbolen zien zoals hierboven. Via een speciale toepassing, een nieuwslezer of feed reader, ontvang je de headlines van elk nieuw bericht dat op de website verschijnt.

En wat heb je daar nu aan? Je hebt vast wel een lijst van websites die je regelmatig bezoekt omdat die belangrijk voor je zijn. Dat kost veel tijd en soms is er geen nieuws op de site, of kwam je te laat en bleek een artikel geen nieuwswaarde meer voor je te hebben. Met RSS en een nieuwslezer behoort dat tot de verleden tijd, want het nieuws komt nu automatisch naar je toe en dat spaart tijd!

Om RSS feeds te ontvangen kun je verschillende toepassingen gebruiken (online en offline). Bekend zijn Bloglines, Pageflakes, het Nederlandse Symbaloo en Google Reader, maar onze favoriet is Netvibes.

Deze week ga je ontdekken wat RSS voor jou kan doen en daarbij maak je gebruik van Netvibes. Wil je liever een andere reader gebruiken? Ga je gang!

Achtergrondinformatie

* Dossier RSS bij “Computers in de klas”
* Screencast over Netvibes
* Waarom komt RSS in Nederland nog steeds niet van de grond?/Ferry den Dopper
* je collega’s: vraag eens rond wie van hen al iets met RSS doet en leer ook van hen.

Opdrachten

1. Lees de achtergrondinformatie over RSS en nieuwslezers door. Als je nog andere informatieve websites vindt, laat dat dan in een reactie hieronder weten.

2. Maak een account aan, bij voorkeur bij Netvibes of Google Reader. Om een account te maken is je e-mailadres en een wachtwoord voldoende. Bekijk ook de instellingen die je kunt aanpassen en kies een mooi sjabloon uit. Behoefte aan hulp? Hier staan enkele instructies voor Netvibes (in beeld en geluid!).

Het aanmaken van een account
RSS feeds toevoegen
RSS feeds lezen
Kies je voor Google Reader, dan kun je daar nu gewoon mee beginnen. Het voordeel is, dat het al gekoppeld is aan je Gmail account.

3. Voeg onderstaande RSS feeds toe aan je RSS reader. Het enige dat je hoeft te doen, is op zoek te gaan naar het RSS symbool en de onderliggende snelkoppeling te kopieren en te plakken (bij Netvibes “Inhoud toevoegen > een feed toevoegen”).

CODA
De Vereniging van Openbare Bibliotheken
Een van de vele feeds van de NOS
DOK Delft

4. Voeg de feeds toe van de blogs van je collega’s in jouw groep. Je vindt de URL's van hun blogs in het voortgangsdocument.

5. UITERMATE BELANGRIJK! Voeg ook de RSS feeds toe van dit CODA Dingen blog zodat je weet wanneer er nieuwe berichten verschenen zijn.

6. Tenslotte ga je de NLbiblioblogs wiki bezoeken. Een vrijwel compleet overzicht van weblogs in de Nederlandsetalige bibliotheeksfeer. Ieder van die blogs heeft uiteraard RSS, maar op de wiki zelf staan ook twee interessante RSS feeds om ALLE nieuwe berichten op die blogs te ontvangen.

7. RSS werkt pas goed, als je het opneemt in je dagelijkse routine. Breid je abonnementen uit, verwijder af en toe eens wat, maar bekijk ze vooral regelmatig. De beste manier om dat te doen, is door je RSS programma altijd “open” te hebben staan en af en toe eens te kijken of er nog nieuwtjes zijn. Maar pas op: het is verslavend :-)

woensdag 30 september 2009

Ding 1 Maak je eigen weblog

Tijd om aan de slag te gaan! Ding 1 betekent dat je je eigen weblog gaat inrichten. Je weblog moet je zien als een persoonlijk notitieblok over de CODA Dingen. In je weblog schrijf je over elk CODA Ding een posting van minimaal 100 woorden over je bevindingen. Daarnaast zal je merken dat je ervan leert als je collega’s op je berichten gaan reageren. Tenslotte is je weblog de manier om met je coach te communiceren, vragen te stellen en met elkaar van gedachten te wisselen.

Er zijn vele aanbieders van gratis weblog software, maar onze voorkeur gaat uit naar het Nederlandstalige blogger. Het is eenvoudig te gebruiken en omdat je zometeen toch een Gmail account gaat maken, ben je daarna nog maar een klik verwijderd van je weblog. Andere aanbieders van weblogsoftware zijn bijvoorbeeld wordpress en web-log.nl.

Het maken van een Blogger-weblog kost je slechts enkele minuten en gaat in een paar stappen:

1. Maak een account
Blogger vraagt om een e-mailadres, welke je gebruikersnaam zal worden. Gebruik hiervoor je gmail-adres.
Onthoud je gebruikersnaam en wachtwoord. Het is slim om gedurende het gehele CODA Dingen programma hetzelfde e-mailadres, gebruikersnaam en wachtwoord te kiezen, voor alle Web 2.0 toepassingen waarop je je in de komende periode gaat abonneren.
TIP … het is sterk aan te raden om een Gmail account aan te maken omdat je hiermee toegang krijgt tot allerlei diensten van Google die we later in deze cursus gaan bekijken. Bovendien is het een zeer gebruiksvriendelijk e-mailprogramma.
Dus … surf naar gmail.com en maak een account. Ook hier aan jou de keuze om een anonieme usernaam te kiezen, of je echte naam.


2. Geef je weblog een naam
Realiseer je dat iedereen je weblog kan lezen. Misschien wil je om die reden niet je echte naam gebruiken. Het is dan verstandig om een anonieme naam te gebruiken, die echter goed bij je past. Het kiezen van een schuilnaam is bovendien spannend, omdat je dan moet gissen welke collega zich verschuilt achter ‘bookkid’, ‘librablogger’ of ‘biepmiep′. Tenslotte geeft het je misschien een groter gevoel van vrijheid bij het schrijven in je weblog.
Anderzijds kan je er ook voor kiezen om onder je eigen naam te publiceren. Bloggers die met open vizier schrijven over bibliotheekzaken worden over het algemeen meer gewaardeerd door de lezers.

De URL van je weblog bij Blogger ziet er zo uit: http://codadingen.blogspot.com , oftewel: http://naam.blogspot.com (Let op: bij de meeste weblogaanbieders staat er géén www in het adres). Onthoud het adres van je weblog en maak er een favoriet van.

3. Selecteer een sjabloon
Blogger heeft een aantal standaard sjablonen, kies er één uit die bij je past. Ook andere weblogaanbieders hebben sjablonen beschikbaar die elk een eigen uitstraling hebben.

4. Snuffel wat rond, probeer eens wat instellingen uit en bekijk het resultaat.
Schrijf je eerste bericht over je ervaringen tot nu toe. Ontdek hoe je berichten kunt bewerken en verwijderen.

5. Volg de andere cursisten in je groep
Ga naar de blog van je collega en zoek het icoon "Volgen". Activeer de actie.


Manier van werken
Je gaat in de komende weken berichten schrijven over elk van de CODA Dingen.
De titel van je posting over een Ding heeft een vast stramien: Ding 1, weblog.
Iedere posting over een Ding moet gaan over wat jij ontdekt en geleerd hebt over dat Ding. Vertel wat je er goed aan vond, of waarom het juist niets voor jou is. Wat verraste je, ga je er vaker gebruik van maken? Welke mogelijkheden zie je voor de CODA?

Opdracht

1. Mail vanuit je nieuwe gmailadres de naam en url van je weblog aan codatrainer@gmail.com. Daarna krijg je toegang tot het voortgangsdocument.
2. Schrijf een posting over de weblogsoftware die je gekozen hebt en wat je er tot nu toe van vindt.
3. Schrijf een tweede bericht, waarin je iets vertelt over wat jouw ervaringen tot nu toe zijn met Web 2.0 toepassingen. Heb je nog géén idee wat die term inhoudt, kijk dan eens naar wat WikiPedia erover zegt. Of blader eens door onderstaande presentatie over “sociale software”, want daar gaat het in CODA Dingen vooral over.

Welkom bij CODA DINGEN

Iedereen heeft inmiddels wel gehoord van Twitter, Hyves, Flickr of YouTube, taggen, profielen en rss-feeds. Web 2.0 heeft het internet ingrijpend veranderd. Van een informatiebron is internet een sociale omgeving geworden, waar materiaal ook door bezoekers zelf wordt aangeleverd en waar zij samen soms dingen voor elkaar krijgen die buiten het bereik liggen van professionele organisaties. Steeds meer worden nieuwe dingen benut voor werk en vrije tijd.

Deze cursus laat je spelenderwijs kennismaken met Web 2.0-toepassingen (dingen).
Het programma bestaat uit 15 dingen waarbij de uitleg steeds een duwtje in de rug is om zelf aan de slag te gaan.
De oorspronkelijke cursus ‘23 DINGEN’ is opgezet voor bibliotheken, maar al snel volgden er programma’s voor het onderwijs, museum en archief.

Ook CODA kan niet achterblijven en moet inspelen op deze internetstrategie. Daarom zijn voor CODA de meest relevante dingen verzameld zodat je in de gelegenheid bent basiskennis en vaardigheden te ontwikkelen. Natuurlijk kun je zelf verder rondkijken op de diverse 23dingen websites.

Nu het je duidelijk is dat web 2.0 toepassingen zowel voor CODA als voor jezelf van betekenis zijn, is het tijd om je eigen weblog te openen.