CODA

dinsdag 24 november 2009

DING 8 Wiki's

Een wiki is een website waaraan meerdere gebruikers tegelijkertijd kunnen werken. Ze kunnen content toevoegen, bewerken of verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Inmiddels is door een aantal partijen vrij verkrijgbare wiki software ontwikkeld. Dankzij de beschikbaarheid hiervan is de populariteit van deze tool sterk gestegen, en worden wiki’s op allerlei manieren ingezet.


Wat maakt het gebruik van een wiki zo aantrekkelijk?
  • Iedereen (afhankelijk van de wiki geregistreerd of ongeregistreerd) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
  • De wiki software houdt automatisch het versiebeheer bij. Je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
  • Oude versies van een pagina of document kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
  • Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om content toe te voegen. Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.
Het idee van samenwerken via een wiki sprak minister Plasterk van Onderwijs zo aan dat hij heeft besloten dat leraren hun lesboeken voortaan ook op een wiki-achtige manier moeten maken. WikiWijs noemde hij het project dat binnenkort officieel van start gaat. Wiki’s worden al veel in het hoger onderwijs gebruikt. De Technische Universiteit Delft bijvoorbeeld gebruikt veel wiki’s voor onderwijs- en onderzoekprojecten.

Bijna alle grote bedrijven werken met een wiki op hun intranet, om kennisuitwisseling tussen medewerkers te bevorderen. Ook archieven kunnen een wiki toepassen voor projecten of het gezamenlijk opstellen van handleidingen. Bekende besloten wiki’s zijn die van IBM en Shell. Beide bedrijven hebben verschillende vestigingen over de hele wereld. De wiki fungeert als centrale bewaarplaats van de kennis van medewerkers op verschillende lokaties en als plek waarop mensen kunnen samenwerken aan projecten en innovaties.

Dankzij de groeiende populariteit van wiki’s is het aantal archieven dat ermee is gaan werken aan het toenemen. In Nederland gebeurt dit helaas nog niet op zo’n grote schaal als in de Verenigde Staten en Engeland, maar er zijn veel enkele voorbeelden om eens te bekijken. Wiki’s worden door archieven vooral gebruikt als kleine projectwebsites, vrijwilligerscoördinatie, archiefgidsen, organisatie van conferenties of cursussen.





Naast Wikipedia bestaan er nog talloze andere wiki’s. Een openbare wiki is bijvoorbeeld Recipes Wiki, waar bijna 50.000 recepten te vinden zijn. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid heeft een wiki over de Nederlandse televisiegeschiedenis. Iedereen mag bijdragen aan de Beeldengeluid-wiki. Ook over de bereden politie bestaat een wiki waaraan iedereen mag meeschrijven. Meer voorbeelden van Nederlandstalige wiki’s zijn: Harry Potter-wiki, WikiWoordenboek, Elfsteden-wiki en de CataWiki.Tot slot nog de Engelstalige Ice Hockey Wiki.


Achtergrondinformatie


Opdrachten

1. Bekijk eens enkele archiefwiki's
  • Archiefwiki initiatief van Nederlandse en Vlaamse archivarissen met als doel het digitaliseren van archivistische naslagwerken tot open content voor archivarissen en archiefgebruikers
  • Geboren in 1809 projektwiki van het Regionaal Archief Tilburg
  • SAA Wiki voorbeeld van een congreswiki van de Amerikaanse vereniging van archivarissen
  • Sint-Anna ter Muiden wiki met veel informatie, foto’s en een googlemaps mashup
  • Postal Heritage Wiki  wiki van het Britse postmuseum en -archief
2. Bekijk ook enkele bibliotheekwiki's
 
3. Wil je eens een kijkje nemen in een andere wiki? Er is een 23 Dingen wiki ingericht op Wetpaint. Geen login, gewoon beginnen. En wil je zelf een wiki beginnen, er zijn aanbieders genoeg:

4. Schrijf een blogpost over je bevindingen. Wat vind je interessant aan een wiki? Welke mogelijkheden zie je voor CODA?




vrijdag 20 november 2009

Ding 7 Sociale netwerken

Al sinds het begin van internet komen mensen online bij elkaar rond een onderwerp dat hen bindt. Zo onstonden de eerste bulletin boards voor computeraars, gevolgd door nieuwsgroepen en forums. Mensen hebben duidelijk een behoefte om op internet gelijkgestemden te ontmoeten die dezelfde vragen en problemen hebben. Er zijn bijvoorbeeld nieuwsgroepen over zeldzame ziekten en forums over wetenschap en religie.


Medio jaren negentig kwamen de profielensites erbij. Bij profielensites draait het niet om een gezamenlijk onderwerp maar om de persoon zelf. Orkut en Friendster waren een van de eerste websites waar je je kan aanmelden, een eigen plek krijgt waarin je kan vertellen wie je bent, wat je doet en waar je in geïnteresseerd bent. Daarna kun je mensen uitnodigen om ook lid te worden van de site en vriend van je te worden.
Online vrienden bekijken elkaars profiel en delen foto's, bestanden en muziek met elkaar.
Hoe meer vrienden je hebt, hoe meer je gebruik kunt maken van wat anderen met je willen delen.

Profielensites, communities en vriendensites worden verzameld onder de naam 'social networks'.
Hyves, MySpace en Facebook richten zich vooral op de persoonlijke markt. Zakelijke netwerken zoals LinkedIn zijn sterk in opkomst. Professionals kunnen op deze manier vrienden van elkaar worden.
Ben je op zoek naar iemand? Zoek eens via de website wieowie of hij of zij aangesloten is op sociale netwerken.




Wie kent Schoolbank.nl niet? Via dit sociale netwerk kun je je klasgenoten van vroeger terugvinden.
Watleesjij.nu is de grootste boekencommunity van Nederland. Hier ontmoet je andere lezers en kun je zien wat zij lezen. Kijk ook eens op de online boekencommunities Dizzie en LibraryThing.

Achtergrondinformatie

Social networking in plain English (filmpje in het Nederlands)
Tien trends voor sociale netwerken in 2008 / Lode Broekman op MarketingFacts.nl
De rubriek Social networks op MarketingFacts.nl
Sociale netwerksites groeien door crisis / Adformatie, 27-7-2009

Opdrachten
  1. Word lid van een profielensite naar keuze (Hyves, Friendster, Facebook, MySpace) en richt je profiel in. Snuffel wat rond en maak vrienden!
  2. Catlogiseer je boekenkast met LibraryThing. Zoek wat titels op en voeg ze toe aan je virtuele boekenkast. Lees de recensies van anderen die het boek ook gelezen hebben en kijk naar hun leessuggesties. Probeer je boekenkast in LibraryThing te laten zien op je weblog.
  3. Word lid van een zakelijke community in je vakgebied (bibliotheekning of Archief 2.0 ). Welke mogelijkheden zie je voor CODA?
  4. Zoek je oud-klasgenoten op via Schoolbank.
  5. Schrijf een stukje op je weblog over je ervaringen met sociale netwerken.

woensdag 18 november 2009

Gewijzigde planning

Na de evaluatiebijeenkomst van vanochtend hebben we besloten om de einddatum van de cursus CODA DINGEN wat op te schorten. Het gezucht en gesteun over tijdgebrek kunnen we als coaches natuurlijk niet over onze kant laten gaan :-)



















In het voortgangsdocument kun je de bijgestelde planning vinden (start je gmail op en ga naar documenten, voortgangsdocument). Onder elk CODA DING staat de week waarin je het DING afgerond dient te hebben. 






Nog een tip: kijk regelmatig op de weblogs van je medecursisten en deel eens een compliment uit! Leer vooral van elkaar en vraag elkaar om tips en hulp. Kom je er echt niet uit, vraag je coach. Schroom niet om je (groep 3) vragen te stellen.......................

Succes allemaal!!!

maandag 9 november 2009

DING 6 Social bookmarking en Delicious













Het delen van favorieten of bladwijzers wordt social bookmarking genoemd. Het wemelt op internet van de interessante en nuttige sites, artikelen, blogberichten, filmpjes en handleidingen die je later ook nog wilt kunnen terugvinden. Er bestaan verschillende sites waar je verwijzingen naar die webpagina’s kunt opslaan. Natuurlijk kun je ook in je browser een lijstje met favoriete sites maken, maar als je ze opslaat op een speciale sites zoals Delicious of Diigo staan ze op een centrale plek op internet.
Dat heeft het voordeel dat je ook bij je favorieten kunt als je op een andere pc werkt. Je kunt je bewaarde sites bovendien delen met collega’s, vrienden of onbekenden. Dat delen is het sociale aspect van social bookmarking.
Een ander voordeel van social bookmarking-sites is dat je tags kunt toevoegen aan opgeslagen webpagina’s. Misschien heb je al tags toegevoegd aan je blogposts of aan foto's in Flickr.
Taggen is het toekennen van trefwoorden of labels aan content (artikelen, foto’s, films, muziek, bookmarks). Tags maken content beter vindbaar omdat ze worden toegekend door ‘gewone gebruikers’. Die gebruiken namelijk andere zoektermen dan professionals. Je kunt veel hebben aan de tags van anderen. Op social bookmarksites krijg je vaak betere zoekresultaten dan bij een algemene zoekmachine als Google. De meeste web 2.0-sites maken gebruik van tagging. Op weblogs zie je vaak een tagcloud (trefwoordenwolk) die toont welke onderwerpen het meest populair zijn. Google is ook gevoelig voor tags, zo wordt het effect van vindbaarheidsverbetering door tags nog versterkt.



Ook steeds meer culturele organisaties zetten tagging in om hun materiaal beter te ontsluiten en terugvindbaar te maken. Vaak gebruiken ze een spelvorm om gebruikers te verleiden om tags toe te voegen. Zo heeft het Brooklyn Museum in New York het spel Tag You're it ontwikkeld. Iedereen mag meedoen om de catalogus te voorzien van tags. Gebruikers die trefwoorden toevoegen worden beloond met leuke filmpjes en maken deel uit van een competitie. Je ziet telkens een ‘tag-o-meter’ die aangeeft hoeveel tags je nog moet toevoegen om de volgende deelnemer in te halen.
Samen taggen wordt ook wel social tagging genoemd. Er is een Nederlandse site die inspeelt op de behoefte van mensen om iets bij te dragen aan een groter geheel. Op de site ikweetwatditis.nl roepen erfgoedinstellingen bezoekers op om tags toe te kennen aan onbekende objecten in hun collectie. De site is een initiatief van het Universiteitsmuseum Utrecht, Museon, Naturalis, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Telematica Instituut en de Hogeschool Utrecht.

Social bookmarking wordt ook als kennismanagementinstrument binnen organisaties en bedrijven gebruikt. Alle opgeslagen sites van alle medewerkers vormen een handig informatiearchief. Je kunt binnen een instelling ook afspraken maken over de tags die je gebruikt. Dat vergemakkelijkt het opzoeken en vinden van informatie.

Achtergrondinformatie


Opdrachten

  1. Meld je aan bij  Delicious en maak een gratis account aan.
  2. Voeg enkele sites, artikelen, video’s en foto’s toe en voorzie ze van tags. Gebruik in ieder geval de tag codadingen zodat alle cursisten elkaars bladwijzers kunnen bekijken. Ontdek de voordelen van Tag Bundles.
  3. Zoek in Delicious naar informatie op je vakgebied.
  4. Herhaal de zoekactie in Google en vergelijk de resultaten.
  5. Schrijf een blogbericht over Delicious. Vermeld hoe je te vinden bent zodat de medecursisten je kunnen vinden. Zie je mogelijkheden voor jezelf of voor CODA?  Waarvoor zou CODA gebruik kunnen maken van social bookmarking websites?
  6. Neem je Delicious tagcloud op in je weblog.
  7. Als je nog tijd en energie over hebt, kijk dan eens op andere social bookmarking sites als DiigoStumbleUpOn of de Nederlandse TagMos.

zondag 1 november 2009

DING 5 Microbloggen met Twitter

Een van de meestbesproken Web 2.0 toepassingen van het moment is Twitter. Politici, auteurs, topsporters en bekende Nederlanders zijn fervente twitteraars. Ook bedrijven en organisaties zien het steeds vaker als een nieuwe vorm van communiceren. Kijk eens op Apeldoorn Online. Zelfs enkele historische figuren zijn op Twitter te vinden. Volg Charles Darwin op zijn reis met de Beagle, of Aletta Jacobs die je mee terug in de tijd neemt!
Neem eens een kijkje bij twitterende musea: Van Gogh Museum, het Stedelijk Amsterdam, Boijmans van Beuningen, en de Kunsthal. Ook bibliotheken zijn al druk met het plaatsen van tweets. Snuffel eens bij Enschede, Zeeuwse bibliotheek, Den Haag en het tijdschrift DigBib. En doe eens inspiratie op bij deze twitterende archieven: Nationaal Archief, Gelders Archief en het Archief Eemland.

Twitter is een eenvoudige 2.0 toepassing waarmee je in 140 tekens een berichtje (tweet) publiceert op het internet. Twitteren houdt het midden tussen Instant Messaging (chatten), SMS en bloggen en wordt dus ook wel microbloggen genoemd. Een twitteraar deelt zijn of haar persoonlijke ‘informatiestroom’, maar bepaalt zelf met wie: de hele wereld, of slechts één of enkele contacten. Je kunt je ‘abonneren’ op andermans tweets en anderen kunnen zich, als jij dat wilt, ook abonneren op jouw berichten. In Twitterjargon ben je dan iemands follower. Je krijgt vanaf dat moment alle berichten van die persoon te zien op je eigen Twitterpagina. Dankzij de functie Reply, waarmee je kunt reageren op iemands tweet, kunnen vervolgens korte conversaties ontstaan die lijken op chat, maar toch weer net iets anders zijn. Bijvoorbeeld omdat ook die reacties te zien zijn door je followers.
Een groot deel van het succes van Twitter is te danken aan de mogelijkheid om het te gebruiken vanaf de mobiele telefoon. Maar ook de Twitter website zelf wordt veel gebruikt, evenals Twitter clients als TweetDeck en Twhirl. Dit zijn programma’s die je op je computer installeert om zelf tweets te plaatsen en tweets van anderen te structureren en te lezen. Wanneer je het fenomeen liever vanaf een afstandje wilt aanschouwen, dan kun je uitgebreid zoeken in Twitter’s eigen zoekmachine, de eerste zoekmachine die zich richt op het  internet. Toen op Schiphol een vliegtuig neerstortte was dat nieuws wereldwijd meteen bekend via Twitter. Mensen die het zagen gebeuren stuurden daarover tweets en foto’s naar hun contacten, die vervolgens die berichten vaak weer via hun eigen netwerk verder verspreidden. Zo gebeurde dat ook met het drama tijdens Koninginnedag in Apeldoorn.

Achtergrondinformatie



Lees deze informatie voordat je gaat twitteren!

Hoe gebruik je Twitter: Do's and Don'ts / Melvin M. Tercan
100 ways to use Twitter in your library
Waarom twitteren zij? / Marie José Klaver
Twitter brengt bibliotheken dichterbij / Alice de Jong

Opdrachten

1. Maak je account op de Twitter aanmeldpagina.
2. Vul je Twitter profiel in, geef daarbij alleen die informatie over jezelf prijs waarvan je zeker weet dat je het met de hele wereld wil delen.
3. Wanneer je bent ingelogd, zie je een tekstvak verschijnen met plaats voor 140 tekens: typ daarin wat je nu aan het doen bent of te melden hebt. Nadat je je bericht hebt verzonden is het direct leesbaar voor de mensen die jou volgen: Je ’status’ staat nu immers online op http://www.twitter.com/jouwgebruikersnaam. Je kunt je status zo vaak updaten als je zelf wil.
4. Ga vervolgens op zoek naar personen en bedrijven of organisaties die jij wilt volgen via Find people. Zoek een paar van je medecursisten op. Op de pagina van de betreffende twitteraar vind je de ‘Follow’ knop. Als de ander zijn tweets heeft afgeschermd, dan moet je eerst toestemming krijgen.
5. Iemand die jij gaat volgen is mogelijk ook in jou geïnteresseerd en zal zich gaan abonneren op jouw berichten. Wil je niet dat een bepaalde persoon jou volgt, dan kan je die gewoon blocken.
6. Probeer Twitter te integreren op je weblog.

Bij het schrijven en lezen van tweets kom je enkele symbolen tegen die de volgende betekenis hebben:
  • D gebruikersnaam + bericht : Direct Message, een bericht direct gericht aan één persoon. Dit bericht is dus niet leesbaar voor iedereen, ook niet voor je followers!
  • @gebruikersnaam + bericht : Reply, een bericht bedoeld voor één persoon, maar leesbaar voor iedereen.
  • RT : een ReTweet is een eerder geplaatste tweet die is doorgestuurd. Hier treedt het sneeuwbaleffect in werking, omdat hiermee een bericht buiten een kringetje van volgers kan raken.
  • # : een hashtag wordt door twitteraars gebruikt om berichten rondom een bepaald onderwerp of evenement dezelfde tag mee te geven.

    Je kunt ook foto's of plaatjes toevoegen aan je tweets. Dit kan bijvoorbeeld met TwitPic. Je kunt hier gebruik maken van hetzelfde account dat je bij Twitter hebt.